Conflict tussen Griekenland en Turkije ontkrachten cohesie binnen NAVO

Op 5 juni verklaarde de Griekse minister van Defensie Nikos Panayotopoulos dat het land klaar was voor een militaire confrontatie met Turkije in het licht van ‘het nogal agressieve gedrag van Ankara de afgelopen tijd’. Gezien het feit dat beide staten lid zijn van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), verzuurde deze verklaring niet alleen de bilaterale betrekkingen van deze landen, maar ook de samenwerking binnen de NAVO en werd het dieptepunt van interne strijd binnen de alliantie gedurende de afgelopen zes maanden.

De eerste breuk in de verenigde eenheid en solidariteit van de NAVO in Brussel was de militaire operatie van Turkije die op 9 oktober 2019 begon tegen Koerdische zelfverdedigingseenheden in Noord-Syrië. De beslissing om de vijandelijkheden te starten werd door Ankara genomen zonder coördinatie met de bondgenoten onder het mom van ‘bescherming tegen Koerdische terroristen’. Door zijn acties heeft Turkije echter de grondslagen van de NAVO geschonden. Volgens artikel 4 van het NAVO-Handvest moeten leden van het blok “..altijd met elkaar overleggen als, naar de mening van een van beiden, de territoriale integriteit, politieke onafhankelijkheid of veiligheid van een van de bondgenoten wordt bedreigd”.

Een dergelijke flagrante schending van de fundamenten veroorzaakte een scherpe onvrede onder de NAVO-bondgenoten van Ankara. Naast algemene oproepen van Europese politici naar Turkije om de invasie van Syrië te stoppen, bevroren Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje, Finland, Noorwegen en Zweden de export van wapens naar het land, zodat deze niet konden worden gebruikt tijdens de Turkse operatie. Bovendien heeft de woordvoerder van de NAVO, Jens Stoltenberg, herhaaldelijk opgeroepen tot de-escalatie van de situatie. Uiteindelijk hadden deze acties geen effect en bleven ze slechts een uiting van bezorgdheid. En de NAVO heeft haar volledige onvermogen getoond om de acties van de lidstaten te beheersen, zelfs als ze in strijd zijn met de bepalingen van het Handvest van de organisatie.

De volgende fase in de verslechtering van de samenwerking binnen de alliantie was de zet van de Franse president Emmanuel Macron richting de Verenigde Staten van Amerika. Op 7 november 2019 verklaarde hij in een interview met The Economist dat “Waarvan we momenteel getuige zijn een hersendode NAVO is”, verwijzend naar de afwezigheid van coördinatie tussen de Verenigde Staten en hun Europese bondgenoten bij het nemen van strategische beslissingen. Tegelijkertijd riep Macron de Europeanen op om gezamenlijk de afhankelijkheid van Europa, inclusief het leger, van de Verenigde Staten, te verminderen. Ondanks het feit dat Parijs lange tijd het idee van Europese autonomie heeft gepromoot, was de verklaring van de Franse leider de eerste door een geallieerde bondgenoot in een lange tijd, met daarin een openlijke aanval op Washington.

Op 26 november 2019, kort voor de NAVO-top in Londen, liet het persbureau Reuters weten, verwijzend naar drie diplomatieke bronnen in Brussel, dat Turkije het defensieplan van de alliantie voor de Baltische Staten en Polen zou blokkeren als de bondgenoten de Koerdische milities niet zouden erkennen als terroristische organisaties. Een week later, waarin in theorie dit misverstand kon worden opgelost, werd de informatie bevestigd door de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Tegelijkertijd werd noch vóór, noch na de top vanuit Brussel een duidelijke reactie op deze stap gegeven. En de feitelijke chantage door Ankara van de bondgenoten om hun eigen doelen te bereiken, bleef ongestraft, wat opnieuw het onvermogen van de NAVO aantoonde om de interne politieke crisis in de alliantie te slechten, die toen in ernst meer aan kracht won.

Op 8 januari 2020 vond opnieuw een confrontatie plaats tussen NAVO-bondgenoten. De directeur van het Turkse defensie-industrie, Ismail Demir, beschuldigde Frankrijk ervan de bouw van het Turkse luchtverdedigingssysteem te hebben tegengewerkt. Volgens de ambtenaar weigerde Parijs technologieën over te dragen voor de productie van Frans-Italiaanse Eurosam luchtdoelrakketten naar Ankara, hoewel hierover al eerder afspraken waren gemaakt.

Maar Frankrijk en Turkije voeren, zo blijkt, niet als enige strijd binnen de NAVO. Op 4 mei riep de leider van de fractie van de Sociaal-Democratische Partij van Duitsland (SPD), Rolf Mutzenich, tijdens een toespraak in de Bondsdag op tot de terugtrekking van Amerikaanse kernwapens uit het land, en noemde later dat Donald Trump ‘een bacterie voor de NAVO is geworden’, omdat zijn acties de eenheid van de organisatie ondermijnen. Een van de stappen van de politicus in het Witte Huis was de goedkeuring door Washington van een nieuwe Amerikaanse nucleaire strategie die het proactief gebruik van kernwapens in geval van een conflict mogelijk maakt. Het document is aangenomen zonder coördinatie met de Europese bondgenoten, hoewel een deel van de Amerikaanse kernwapens is opgeslagen in Duitsland, Italië, België, Nederland en Turkije, waardoor ze automatisch in een nucleaire oorlog kunnen terechtkomen. In het kader van de geuite claims en beschuldigingen is het belangrijk om te begrijpen dat de SPD niet een soort onbeduidende politieke formatie is met wat ambities, maar de op één na grootste partij in Duitsland en lid van de regerende coalitie.

Ten slotte het laatste voorbeeld van het gebrek aan politieke eenheid in de NAVO, de eenzijdige terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Open Skies-verdrag op 21 mei, ondanks herhaalde oproepen van Europeanen om dit niet te doen. De beslissing veroorzaakte een golf van kritiek op Donald Trump. De ministeries van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, België, Tsjechië, Finland, Nederland, Luxemburg en Zweden hebben aangegeven het besluit van Washington te betreuren en het verdrag als een essentieel onderdeel van de Europese veiligheidsarchitectuur te beschouwen. De voorzitter van de commissie van het Huis van Afgevaardigden voor de Amerikaanse strijdkrachten Adam Smith noemde de acties van het Witte Huis ‘een klap in het gezicht van de Europese bondgenoten’.

De verklaring op 5 juni van de minister van Defensie van Griekenland over de bereidheid van Athene om oorlog te voeren tegen Turkije is slechts de volgende fase van hetzelfde proces – de afname van de relevantie van de NAVO. Toegegeven, op deze wijze ongekend: bondgenoten in de alliantie richten de wapens op elkaar. Dat de cohesie van de organisatie en de verhoudingen tussen landen tot een dergelijk somber niveau zijn gedaald spreekt boekdelen. En het allerbelangrijkste: nogmaals, er zal niets stevigs worden gezegd, behalve de wijdverbreide oproepen tot de-escalatie en uitingen van bezorgdheid.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create your website at WordPress.com
Get started
%d bloggers like this: